Woedend

Ik weet niet meer
Vanwaar het kwam
Ik weet niet of ik het nog kan
Volhouden ik ben een man

Ik ben ik
Niet jij
Dus behandel me niet als jij
Want ik ben ik

Altijd ik en zij
Nooit ik en jij
Ze hebben het over mij
Als over een hij

De kluwen onontrafeld
Tot voortaan een compromis
Gedaan met de excuses
Dit was de laatste keer

Puur

Wat is vals, wat is echt
Op zoek naar de realiteit
Klampend aan de bron van leven
waaraan je jezelf hecht

Los van de woorden
Die je reeds te vaak doorboorden
Tastend op de rand tussen licht en duister
Op zoek naar iets vele malen juister

Ze gaan hand in hand,
de ene opwindend saai
De andere gedurfd en riskant
Toch o zo verwant

Na je tocht is je besluit
Je geraakt er moeilijk uit
Je besef groeit, de twee versmelten
Ontsnappen hoeft niet langer

Atlas

Alles verbrijzeld.
Het virus der angst heeft alles geconsumeerd.
Niets schiet over.
Het einde van de gastheer
betekent meteen ook het einde van de gast.
Het heeft geen voet meer om op te staan.
Al hetgeen Atlas ooit opgebouwd had,
Neergemaaid.

Toch,
Langzaamaan, beetje bij beetje,
Stap voor stap,
Wint hij aan zekerheid.
Anders dan ooit, doch duizend maal werkelijker.

Onvoorstelbaar doortastend zoekt hij.
En hij vindt.
Geen ander zal ooit vinden,
zoals hij toen vond.
De werkelijkheid kan pas gezien worden, als je echt kijkt.

(Met dank aan een vriend)

Boven alles zweef ik

Boven alles, zweef ik, ik weet hoe alles moet.
Dit een beetje naar links, dat naar voor,
Alles in zijn geheel een beetje naar achter,
Nu is het bijna goed.

Zo ook met mensen.
Jij doet dit, zeg ik, en jij doet dat.
Ik luister niet naar de groep hun wensen
Omdat ik er ook nooit echt in zat.

Ik ben vele malen beter
en toch zeg ik het niet.
Ik voel me de koning
die niemand ziet.

Niemand die naar me kijkt,
niemand die het vermoed.
Niets waaruit blijkt,
doe ik slecht of doe ik goed?

Maar als jij dan naar me toe komt,
en vraagt: waarom doe je zo, het is alsof je zweeft?
Dan kom ik met mijn beide voeten op de grond
Ik lach, en zie aan jouw gezicht dat je het me al vergeeft.

De vreemde

Het was alweer even geleden
Dat ik begreep hoe het voelt
Het vage begrip, de lege woorden
Voortaan weet ik wat men bedoelt

nee wordt ja
Straks wordt nu
Niets te veel
Niets te weinig

Jij, jij die lacht met de woorden
Jij, jij die lacht met de zinnen
vertoevend in andere oorden
Vind ik waar ik naar zocht

Dat ik in afzienbare tijd
Het fatsoen overschrijd
Niemand die het mij verwijt
T’ is slechts een illusie die ik openrijt

Wandelaar

Weer is de tijd te vlug
Het verstand te traag
Het is tijd dat ik nog eens antwoord
Op de cruciale vraag

De vruchten zijn rijp
Ik voel dat ik er klaar voor ben
Ik leg de puzzelstukken bij elkaar
Hier verlangde ik al naar

Opeens, zomaar,
zonder dat je het verwacht
Zie je door de andere,
hoe je voorheen nog anders dacht

Aangezien ik oneindig en één dingen
Niet weet en weten wil
Wandel ik nu door
Alsof ik stil was blijven staan

De zege van het detail

Het zit hem in de details.
Altijd en overal.
En toch ook niet.
En toch ook wel.

Op de scheidingslijn
Tussen menselijke dwaasheid
En goddelijke voorzienigheid
Ligt het aanbeden pad

Het besef van een jongen
Bijna een man
Een jongeman
Dat hij daarmee, bijzonder weinig kan

Waarom niet,
Want het leven is slechts
De dag, elke dag opnieuw
Het is snel morgen

De goede dagen

Vandaag was het weer zo’n goede dag
Het was zo’n dag met nieuwe schoenen,
Stralende zon, groen geurend gras,
En wat het niet nog allemaal wezen mag

Zo’n dag waarop het leek alsof
Je op je zolder onder t’ stof
Een geheel nieuwe wereld aantrof

Zo’n dag waarop je woorden
Zorgden dat mensen je echt hoorden
Van hun lege omhulsels bevrijd
Voorkwamen ze de gewoonlijke strijd

Alsof ik het altijd al in me had
Dat ik simpelweg van tijd tot tijd vergat
Dat ik het vermogen bezat

Ik heb de gedachte o zo fijn
De gedachte dat je naar me toe komt
In de dagen van zeer een pijn
Dat je naar me toe komt en zegt
Dat het morgen weer zo’n goed dag zal zijn

Zomerzeelucht

De start
De gewisse dood van het niets
Want opeens is iets
Uit het nietszeggende zwart

De ogen vertellen
Hun verhaal
Doch in een complexere taal

Waar eerst het samenzijn
Op zijn grondvesten beefde
Komt de rust terug,
Alles fijn

Geen zorgen meer,
Het heeft geen zin dat je vlucht
De storm woedt op een andere zee
Hier is geen wolkje aan de lucht