Uit het oog, uit het hart

Zo dicht bij jou
Jouw gezicht, een lach
Het mijne dat antwoord geeft
Het leeft

Alles goed
Alles fijn
Zo zou het altijd moeten zijn
Maar dan

Droge tijd
Zonder jou
Niet vergeten
Slechts verteren

Opnieuw samen
Een kille wind, een nog killere zucht
Verstoord door de bittere gedachten in die droge tijd
proeven we de even bittere vrucht

Advertisements

Slechts ik

Ik ben niet helemaal eerlijk geweest
Ik ben niet ik
Hij is ik

Hij van de lach,
Hij die vraagt of hij mag,
Hij die doet,
Terwijl ik weet
Hoe het moet

Men kent hem
Sommigen houden zelfs van hem
Dat kan ik niet,
Zolang men niet ziet
Hij en ik, wij

Soms ben ik bang, vrees ik
Dat wij toch
Samen ik zijn
Slechts ik…

Hopeloos hoopvol

Het dringt tot me door
Hier doe ik het voor.
Een vage mist wordt doorbroken,
Ik word meester van het besef.

Ik ben gebroken,
En ik heb niet het lef
Tegen de stroom in te zwemmen

Tussen de anderen loop ik rond
Ja knikkend alsof ik het niet weet
Meegaand in de trance van hen
Mijn hoofd een veilig toevluchtsoord.

Op het einde van hun leven zullen ze het weten.
En zullen ze zeggen tegen hun kinderen
Dat ze nooit mogen vergeten
Waar het echt om gaat.

Woedend

Ik weet niet meer
Vanwaar het kwam
Ik weet niet of ik het nog kan
Volhouden ik ben een man

Ik ben ik
Niet jij
Dus behandel me niet als jij
Want ik ben ik

Altijd ik en zij
Nooit ik en jij
Ze hebben het over mij
Als over een hij

De kluwen onontrafeld
Tot voortaan een compromis
Gedaan met de excuses
Dit was de laatste keer

Puur

Wat is vals, wat is echt
Op zoek naar de realiteit
Klampend aan de bron van leven
waaraan je jezelf hecht

Los van de woorden
Die je reeds te vaak doorboorden
Tastend op de rand tussen licht en duister
Op zoek naar iets vele malen juister

Ze gaan hand in hand,
de ene opwindend saai
De andere gedurfd en riskant
Toch o zo verwant

Na je tocht is je besluit
Je geraakt er moeilijk uit
Je besef groeit, de twee versmelten
Ontsnappen hoeft niet langer

Atlas

Alles verbrijzeld.
Het virus der angst heeft alles geconsumeerd.
Niets schiet over.
Het einde van de gastheer
betekent meteen ook het einde van de gast.
Het heeft geen voet meer om op te staan.
Al hetgeen Atlas ooit opgebouwd had,
Neergemaaid.

Toch,
Langzaamaan, beetje bij beetje,
Stap voor stap,
Wint hij aan zekerheid.
Anders dan ooit, doch duizend maal werkelijker.

Onvoorstelbaar doortastend zoekt hij.
En hij vindt.
Geen ander zal ooit vinden,
zoals hij toen vond.
De werkelijkheid kan pas gezien worden, als je echt kijkt.

(Met dank aan een vriend)

Boven alles zweef ik

Boven alles, zweef ik, ik weet hoe alles moet.
Dit een beetje naar links, dat naar voor,
Alles in zijn geheel een beetje naar achter,
Nu is het bijna goed.

Zo ook met mensen.
Jij doet dit, zeg ik, en jij doet dat.
Ik luister niet naar de groep hun wensen
Omdat ik er ook nooit echt in zat.

Ik ben vele malen beter
en toch zeg ik het niet.
Ik voel me de koning
die niemand ziet.

Niemand die naar me kijkt,
niemand die het vermoed.
Niets waaruit blijkt,
doe ik slecht of doe ik goed?

Maar als jij dan naar me toe komt,
en vraagt: waarom doe je zo, het is alsof je zweeft?
Dan kom ik met mijn beide voeten op de grond
Ik lach, en zie aan jouw gezicht dat je het me al vergeeft.

De vreemde

Het was alweer even geleden
Dat ik begreep hoe het voelt
Het vage begrip, de lege woorden
Voortaan weet ik wat men bedoelt

nee wordt ja
Straks wordt nu
Niets te veel
Niets te weinig

Jij, jij die lacht met de woorden
Jij, jij die lacht met de zinnen
vertoevend in andere oorden
Vind ik waar ik naar zocht

Dat ik in afzienbare tijd
Het fatsoen overschrijd
Niemand die het mij verwijt
T’ is slechts een illusie die ik openrijt

Wandelaar

Weer is de tijd te vlug
Het verstand te traag
Het is tijd dat ik nog eens antwoord
Op de cruciale vraag

De vruchten zijn rijp
Ik voel dat ik er klaar voor ben
Ik leg de puzzelstukken bij elkaar
Hier verlangde ik al naar

Opeens, zomaar,
zonder dat je het verwacht
Zie je door de andere,
hoe je voorheen nog anders dacht

Aangezien ik oneindig en één dingen
Niet weet en weten wil
Wandel ik nu door
Alsof ik stil was blijven staan