Het is ook logisch

Dat we vluchten
Bang te zien
Wat ieder weet,
Wat ieder meed

Dat we doen alsof
We bij elkaar horen
Zoals het hoort
Zoals tevoren

Dat we belang hechten aan
Onze eigen man staan
Ons eigen pad ingaan
Onze eigen monsters verslaan

Nooit was tezamen zo alleen
Alsof ze niet meer zijn dan mist
Die, zodra ze verdwijnt,
Aangeeft dat je je vergist

Het is dus terecht
zoeken naar wat is echt
Toch is echt slechts een beetje minder vals
En dat weet je slechts als…

Je de waarheid aanvecht

Heerlijk eerlijk

Aan de leugens doe ik niet mee
De tranen bespaard
Misschien groeit het gemis
Waardoor het leed verzwaardt

Niets dat goed zeggen kan wat ik bedoel
De verontrustende twijfel
Weet ik wel wat ik voel?
Weet ik, wat is mijn doel?

Geen weg terug
Het is hiervoor dat ik koos
Ik zeg het nu vlug
Voor ik er verder mee woel

Geen persoon die erom maalt
Maar, opdat het verstand het haalt
Alle argumenten -voor hen- loos
Ik open de doos

Knagende ontkenning

Op alles heb je een antwoord klaar,
als ik je nodig heb sta je daar.
Ik voel me overbodig zoals altijd,
onzin zeg je, voor even van de illusie bevrijd.

Tot even later, ik bega alweer een flater,
ik kan het niet helpen, het enigste dat ik kan, is getater.
Jij een rots in het water, ik slechts de hut op het strand.
Zoals altijd trek je me weer op het droge, hetgeen ik achterlaat, is zand.

Op de markt ben jij de topverkoper,
ik verkoop slechts gebakken lucht.
Als je me ziet, slaak je een luide zucht.
Je zou me willen helpen, ik ben al lang gevlucht.

Als niemand ooit perfect is geweest,
ben jij niemand, en ik slechts een lege geest…
Dit is waar de onzekere mens, altijd voor vreest.

De redenaar

Niets zo onverbiddelijk als de tijd die vooruit gaat,
en genadeloos iedereen met zich mee sleept.
De mens, niet in staat zich te verroeren,
klampt zich vast aan het tijdloze.

Hij die over niets nadenkt,
slaagt of faalt.
Hij die alles beredeneert,
komt met zijn antwoord vele jaren te laat.

Velen doen, en denken achteraf.
Sommigen denken, en doen niet omdat het te laat is,
omdat de anderen het al gedaan hebben.

Wat baat de kennis van de gehele structuur, wanneer je alles beredeneert,
als dit de praktische uitvoering ervan verhindert?
De redenaar, alleen met zichzelf, uiteindelijk, crepeert.

Lente-uur

Voor de zoveelste keer
Brede stralen
Die de langverwachte ommekeer
In pure euforie vertalen

Opdat dit zou kunnen
Moeten we wat voorafging gunnen
Deel te zijn van het portret

Na het geweld de vrede
De o zo geweldige vrede
Uitstel leidt niet tot afstel
De mens verandert niet zó snel

We zijn mensen van de natuur
Het ligt in de natuur van de mens
Ik heb geen andere wens
Dan in me op te nemen, dit lente-uur

Onderweg

Op weg naar het paradijs
Heel mijn leven lang
Alsof er ooit iemand iets aan heeft gehad
Bewandel ik nog steeds het mysterieuze pad

Om me heen mijn kameraden,
Verwond door de strijd sneuvelen ze allemaal
Zelfs zij die voor mij waren
Als de hoofdpersonages uit een eeuwenoud verhaal

De troon wordt niet bereikt bij de finish
Noch wanneer iemand het jou zei
Pas bij het zelf breken ervan
Weet je dat je er bent, dat je het kan

Daar zit je nu, met enkel jou en jezelf
Je bekijkt, overziet en concludeert
Er was uiteindelijk niet zò veel aan
Behalve alles dan

Koning der maskers

Jouw gezicht dat altijd schijnt.
Altijd die ene lach,
die ik wel mag.
Je weet dat het nooit verdwijnt.

Altijd weer dezelfde.
Ik wil zeker zijn.
Voor zover ik weet,
is het opgezet spel.

Niet dat het niet kan.
Geloven wil ik wel,
Het bewijst,
ik weet er niet zoveel van.

Het zijn de talloze gezichten in mijn kast,
Tevergeefs probeer ik er vele.
Na al die jaren,
weet ik nog altijd niet welke bij mij past.

Tranen

Langzaam gaan ze
Niet langer ben je in een staat
Die toelaat
Te zien waar alles op slaat

De nacht is duister en verlaten
Een enkele ziel dwaalt doelloos door de straten
Het vermogen om te gaan en te staan verloren
Alsof een ander bepaald, het zwijgen en het praten

Bevrijd maar toch in strijd
Veelzeggend is het dat je telkens de waarheid mijdt
Veelzeggend is de dualiteit
Geen individu dat hierop is voorbereid

Niets anders te doen
Dan wachten op de tijd
Waarbij helder inzicht en fatsoen
Het duistere meer van stilte openrijt

Weergalmend

Het weergalmen van de dagen.
Het komt in vlagen.
Benauwd te worden bedolven,
onder de steeds groter wordende golven.

Luid, stil,
vurig, kil.
Een keuze heb je niet, sterker nog,
geen mens die weet wat hij echt wil.

Onvoorspelbaar grandioos,
af en toe eindigend in mineur.
Wederom jij niet die koos,
stop nu even je alledaagse gezeur.

Los laat het je niet,
tenzij door het mes of de trein.
Je ziet, tot je groot verdriet,
het leven zal altijd echt het jouwe zijn.