De vreemde

Het was alweer even geleden
Dat ik begreep hoe het voelt
Het vage begrip, de lege woorden
Voortaan weet ik wat men bedoelt

nee wordt ja
Straks wordt nu
Niets te veel
Niets te weinig

Jij, jij die lacht met de woorden
Jij, jij die lacht met de zinnen
vertoevend in andere oorden
Vind ik waar ik naar zocht

Dat ik in afzienbare tijd
Het fatsoen overschrijd
Niemand die het mij verwijt
T’ is slechts een illusie die ik openrijt

Advertisements

Knagende ontkenning

Op alles heb je een antwoord klaar,
als ik je nodig heb sta je daar.
Ik voel me overbodig zoals altijd,
onzin zeg je, voor even van de illusie bevrijd.

Tot even later, ik bega alweer een flater,
ik kan het niet helpen, het enigste dat ik kan, is getater.
Jij een rots in het water, ik slechts de hut op het strand.
Zoals altijd trek je me weer op het droge, hetgeen ik achterlaat, is zand.

Op de markt ben jij de topverkoper,
ik verkoop slechts gebakken lucht.
Als je me ziet, slaak je een luide zucht.
Je zou me willen helpen, ik ben al lang gevlucht.

Als niemand ooit perfect is geweest,
ben jij niemand, en ik slechts een lege geest…
Dit is waar de onzekere mens, altijd voor vreest.