Boven alles zweef ik

Boven alles, zweef ik, ik weet hoe alles moet.
Dit een beetje naar links, dat naar voor,
Alles in zijn geheel een beetje naar achter,
Nu is het bijna goed.

Zo ook met mensen.
Jij doet dit, zeg ik, en jij doet dat.
Ik luister niet naar de groep hun wensen
Omdat ik er ook nooit echt in zat.

Ik ben vele malen beter
en toch zeg ik het niet.
Ik voel me de koning
die niemand ziet.

Niemand die naar me kijkt,
niemand die het vermoed.
Niets waaruit blijkt,
doe ik slecht of doe ik goed?

Maar als jij dan naar me toe komt,
en vraagt: waarom doe je zo, het is alsof je zweeft?
Dan kom ik met mijn beide voeten op de grond
Ik lach, en zie aan jouw gezicht dat je het me al vergeeft.