De zege van het detail

Het zit hem in de details.
Altijd en overal.
En toch ook niet.
En toch ook wel.

Op de scheidingslijn
Tussen menselijke dwaasheid
En goddelijke voorzienigheid
Ligt het aanbeden pad

Het besef van een jongen
Bijna een man
Een jongeman
Dat hij daarmee, bijzonder weinig kan

Waarom niet,
Want het leven is slechts
De dag, elke dag opnieuw
Het is snel morgen

Onderweg

Op weg naar het paradijs
Heel mijn leven lang
Alsof er ooit iemand iets aan heeft gehad
Bewandel ik nog steeds het mysterieuze pad

Om me heen mijn kameraden,
Verwond door de strijd sneuvelen ze allemaal
Zelfs zij die voor mij waren
Als de hoofdpersonages uit een eeuwenoud verhaal

De troon wordt niet bereikt bij de finish
Noch wanneer iemand het jou zei
Pas bij het zelf breken ervan
Weet je dat je er bent, dat je het kan

Daar zit je nu, met enkel jou en jezelf
Je bekijkt, overziet en concludeert
Er was uiteindelijk niet zò veel aan
Behalve alles dan

Weergalmend

Het weergalmen van de dagen.
Het komt in vlagen.
Benauwd te worden bedolven,
onder de steeds groter wordende golven.

Luid, stil,
vurig, kil.
Een keuze heb je niet, sterker nog,
geen mens die weet wat hij echt wil.

Onvoorspelbaar grandioos,
af en toe eindigend in mineur.
Wederom jij niet die koos,
stop nu even je alledaagse gezeur.

Los laat het je niet,
tenzij door het mes of de trein.
Je ziet, tot je groot verdriet,
het leven zal altijd echt het jouwe zijn.