ERROR

When you no longer know
To scream or to shout?
To just let it all out?
What to think about?

When you no longer know
If you want to pretend being stronger somehow
Than the insecure overthinking bitch hiding inside you
Who is terrific at making every solid thing in life
turn into goo

What to do
When you no longer know
Do you still want the same
Because you’re to lame
And feeling like you’re the one to blame?
If this is life,
I clearly didn’t read the instructions for this game

Advertisements

Wat ik noem een vriend

Het is met de tijd die verstrijkt
Dat, zo het blijkt
Hij die niet vergaat, bezwijkt,
Onoverwinnelijk lijkt,
Niet een van jouw vrienden is

Nooit had je het mis,
Ook niet fout,
Want zonder het gemis,
Is de zoektocht in de diepte
Een en al gegis

Onoverwinnelijk zijn in het falen
Ja, dát is zeker en vast de kunst
De kunst waardoor je vroeg of laat
De muur rondom jou in duigen slaat

Als je het uiteindelijk halen wil,
Ik kan je wel niet zeggen of het baat
Kom dan naar mij om te vertellen
Hoe het werkelijk met je gaat

Zoals altijd

Ik zal er eeuwig staan
Een standbeeld aan de kant
Wetende met mijn volle verstand
Ik sta aan de rand van je bestaan

Want wanneer de zon schijnt
Je doet wat je moet
Een van de goede dagen
Laat me dan voor wie ik ben

Het is daar dat ik zijn wil
Om volledig te voelen, de pijn
De ijzige ril die alles echt maakt, zo echt

Als je dan verdwaald bent
Op een regenachtige dag, de hemel verduisterd
Doorweekt en zoekend loop je rond aan de rand
En je zal er vinden, iemand die echt naar je luistert

Daar zit ik dan

En ik weet dat ik leef
Wanneer ik beef
Boven alles zweef
Nog meer dan alles geef

En ik weet hier doe ik het voor
Wanneer ik het hoor
Eindelijk heb ik door
Dat ik er toch bij hoor

En ik weet, ik kan er wat van
Wanneer ik dan
Zonder route of plan
De hele wereld aankan

Want opeens voelt het leven echt
Iedereen en alles oprecht
De strijd iets langer onbeslecht
Niemand die me dit ontzegt

Ode aan Epicurus

En daar sta je dan
Met een gezicht van
Kom me maar halen dan
Toon, je bent een man

De avond barst open
Je ziet de drank lopen
Samen worden we bezopen
Hier zat ik op te hopen

Er hangt iets speciaal in de lucht
De uren van twijfel werpen af hun vrucht
Ach, het heeft geen zin dat ik vlucht
Ik stap op je af, ik zucht

Ik zie je staan
Je kijkt me aan
Ik weet voortaan
Jou laat ik niet meer gaan

Ecce Homo

Niets liever wil ik
Te vinden
Het is mijn wens
Te vinden de mens

De mens die niet voldoet
Aan wat ik verwacht
Aan wat ik vind dat moet
Aan wat ik mogelijk acht

De mens die meer is dan
Weet je wat ik niet allemaal kan?
De mens die aanvoelt
als een holle vervanger

Met moeite kan ik het nog aan
ik weet niet langer
of ik nog houden kan van
Aangezien ik vond
Een mens zo weergaloos in zijn bestaan

Indian summer

En is het niet normaal dan
Na al die tijd doen alsof je sterk bent
Eens te willen breken

In elkaar zakken
omdat je het zelf niet weet
Altijd zeg je iets, om het even wat
Tot er niets meer overschiet

Ik sta voor de spiegel en zie iets echt
Zometeen wordt de strijd beslecht
Het is nu of nooit

De goede dagen reeds uit het oog verloren
Hetgeen dat komt
komt razend op me afgevlogen
En het is zonder mededogen

Kastanjerood

“Aangenaam, vond ik het”, zeg je.
“Ik ook…”, is wat ik daarop terug zeg.
“Zo, dat was het dan?”
“Is dit het dan?”
Je glimlacht, niet echt wetende hoe te reageren.

Beiden weten we dat nu het moment is.
Het moment van holle woorden en beloftes naar een volgende keer,
beseffende: hetgeen dat in ons omgaat en verzwegen blijft,
gaat over veel meer.

Ik open de deur,
huiver door de kille herfstlucht.
Wat was de zomer kort.
Op straat, een kind dat lacht.
Om eender wat, zo gaat dat.

Een overweldigend besef sijpelt binnen.
Eindelijk de waas van ‘nognet’ verbroken.
Ik draai me om, je staat er nog.
Ik zeg:“Ik hou van jou, en….”, ik weet niet goed waar te beginnen.
Dat is niet nodig, ik zie dat je liever hebt dat ik zwijg.
Je blik zegt meer dan duizend woorden dat kunnen.

Slechts ik

Ik ben niet helemaal eerlijk geweest
Ik ben niet ik
Hij is ik

Hij van de lach,
Hij die vraagt of hij mag,
Hij die doet,
Terwijl ik weet
Hoe het moet

Men kent hem
Sommigen houden zelfs van hem
Dat kan ik niet,
Zolang men niet ziet
Hij en ik, wij

Soms ben ik bang, vrees ik
Dat wij toch
Samen ik zijn
Slechts ik…